slider 20ste zondag door het jaar, 16 augustus 2020

200816 20ste zondag AGrenzeloos geloof
Daarop zei Jezus haar: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.”
En van dat ogenblik was haar dochter genezen. Matteüs 15, 28

Inleidende woorden
Jezus is begonnen als gezondene naar zijn eigen Joodse volk. Echter: in de ontmoeting met mensen is Hij gebracht tot een veel dieper inzicht van Gods bedoelingen met onze wereld. Jezus heeft ontdekt dat zijn Blijde Boodschap ook over de grenzen van het Joodse volk voor ‘alle volkeren’ is bestemd. Gelukkig dat Hij kon aansluiten bij sommige profeten uit het Oude Testament waar deze intuïtie reeds aanwezig was. Wij zijn eraan gewend dat het christendom overal op de wereld is doorgedrongen. Maar deze universele oriëntatie gaat verder, niet alleen geografisch. De Blijde Boodschap is ook bedoeld om alle facetten van het menselijke bestaan te doordesemen.

Om ontferming
Algoede Vader, U wilt ons vreugde laten ervaren, wie wij ook zijn, vanwaar wij ook komen zolang wij U willen dienen. Dat lukt ons niet altijd, dan sluiten wij ons hart voor anderen, voor U, voor onszelf.
Maar U kent geen berouw dat U ons hebt geroepen en U geeft ons telkens een nieuwe kans opnieuw te beginnen door waarin wij tekort zijn geschoten, aan U voor te leggen.

Lezingen
Jesaja 56, 1.6-7
Romeinen 11,13-15.29-32
Matteüs 15, 21-28

Woorden ter overweging
De Kananese vrouw in het evangelie roept luid om medelijden. Ze verkeert in grote angst om haar kind en het kwaad dat haar levensgroot bedreigt. Ze roept naar Jezus, want Hij draagt de naam ‘God redt’. Maar er komt geen antwoord, het blijft stil op haar angstig roepen. Het is alleen door een vast vertrouwen, door een groot geloof, dat zij volhardt in haar pogingen en haar keel schor schreeuwt om hulp. Pas na lang roepen komt er uiteindelijk antwoord, maar het is afwijzend. Haar verzoek kan niet worden ingewilligd, de redding van God is alleen bestemd voor de kinderen van God, voor zijn uitverkorenen, zijn volk. Maar dan blijkt de vrouw in nood uiterst creatief: als zij dan geen kind van de hemelse Vader kan zijn dat recht heeft op levengevend brood, dan neemt ze er ook wel genoegen mee een heidense hond te zijn, die bij de kinderen om kruimels en korstjes komt schooien. Is het brutaal om Jezus tegen te spreken? Misschien wel, maar het heeft effect. Jezus weet nu wat Hij weten wil: dat deze vrouw een geloof heeft dat bergen verzet, een geloof dat de wereld kan veranderen, een geloof dat van dood nog leven weet te maken. Ze volgt Hem niet alleen op de voet om iets van Hem gedaan te krijgen, ze volgt Hem ook als volgeling, als iemand die alles van Jezus verwacht. Voor haar is niets wanhopig, hoe uitzichtloos haar lijden ook lijkt. Ze gelooft met een innerlijke overtuiging dat Jezus zijn naam, God-redt, ook voor haar waar zal maken. Of zoals Paulus het zegt: God heeft door Christus allen ingesloten in zijn ontferming, zijn barmhartigheid.

Woorden tot slot
Vergezeld van Gods Geest mogen wij nu in vrede onze weg doorheen het leven vervolgen en weer andere mensen ontmoeten over alle grenzen heen en in hen, onze broeders en zusters, kinderen van God ontdekken.

Woorden om te bezinnen
Verlangen,
U hoorde hoe de Kananese vrouw die de Heer achterna riep, zocht, vroeg en klopte en u hoorde ook hoe er voor haar werd opengedaan. Van haar leren we dus te zoeken; dan kunnen we vinden, te vragen; dan kunnen we krijgen en te kloppen; dan kan er voor ons worden opengedaan. De vraag is dus: waarom wilde de Heer niet geven wat Hem werd gevraagd? Hij was toch niet onbarmhartig? Zeker niet, Hij wist precies wanneer Hij het zou geven, maar Hij stelde het moment waarop nog even uit. Hij ontzegde haar zijn gunst niet, nee, Hij wakkerde haar verlangen aan.

Augustinus, preek 77A

19de zondag door het jaar, 9 augustus 2020

Wees niet bang, Ik ben het!
200809 19de zondag ANadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God”.
Matteüs 14, 32-33

Inleidende woorden
Angst is een verlammende emotie. De één is er misschien beter tegen bestand dan de ander, maar niemand ontkomt in zijn of haar leven aan momenten waarop angst en twijfel dreigen te overheersen. Existentiële crisismomenten: als er iets verschrikkelijks gebeurt, als je leven op zijn grondvesten staat te schudden en je het gevoel hebt dat alle bodem onder je voeten wegschuift. Hoe groot is dan de behoefte aan bemoediging en troostende nabijheid, van een ander, die om je geeft. Deze zondag horen we verhalen over mensen die bang zijn, zo bang als de dood. En over die ander, die Ene, die om ons geeft en zegt: “Kom maar, wees niet bang, Ik ben het"!

Om ontferming
Wees mij genadig, Heer, bij U weet ik mij geborgen. Heer, ontferm U.
Kom mij vanuit uw hemel tegemoet met uw hulp en met uw redding. Christus, ontferm U.
Op U vertrouw ik, Heer, op U vertrouw ik, mijn hart weet zich bij U gerust. Heer, ontferm U.

De lezingen
1 Koningen 19, 9a.11-13a
Romeinen 1-5
Matteüs 14, 22-33

Woorden ter overweging
In de lezing uit het evangelie van deze zondag zijn de leerlingen volledig gefixeerd door de tegenwind, die zij ervaren bij het varen in de boot. Bij die tegenwind kunnen wij ons van alles voorstellen. In de eerste lezing bestaat de tegenwind er voor de profeet in, dat hij geen succes heeft gehad met zijn verkondiging en op de vlucht moest voor zijn vervolgers en uitgeput bij een grot aankwam. In allerlei vormen kennen wij ook tegenwind in het dagelijks leven. De een kan er beter mee overweg dan de ander. Voor de een is tegenslag een uitdaging om er nog harder tegenaan te gaan, een ander laat zich sneller uit het veld slaan. Ook dat laatste is niet per se een ramp: we zien het aan Petrus, ook als hij begint te zinken, vangt de Heer hem op.
Vaak zijn juist de momenten van zwakheid in het leven, de momenten waar wij ons voor schamen, de belangrijkste momenten, omdat wij daar ervaren hoe de Heer ons opvangt als wij tenminste om zijn hulp durven te roepen en zijn hulp durven toe te laten.
In het evangelie mag Petrus ervaren en mogen wij lezen hoe de ontroerende woorden van Jezus vrede brengen: “Vrees niet, Ik ben het”. Daardoor durft Petrus over het water te lopen. Maar als hij dan de aandacht van Jezus afwendt en toch weer onder de indruk komt van de wind, begint hij wederom te zinken. Zo maken de woorden van Jezus ons duidelijk hoe uiterlijke kracht zijn basis vindt in innerlijke vrede en vertrouwen op Hem.

Tot slot
Vervolg de weg van het leven in vrede. Wat ook op u wacht, weet dat God altijd weer zegt: “Wees niet bang, Ik ben er.”

Bezinning
Heer,
toen ik in het diepe dal zat en geen spatje meer zag van het licht aan de top,
heb ik U aangeroepen en het werd lichter.
Het licht kwam in het dal en langs het licht klauterde ik weer omhoog, moeizaam,
maar eenmaal aan de top zag ik het licht in volle glorie.
Het leed was geleden en dankbaar heb ik uw licht omhelsd.
Nu weet ik zeker: U bent het stralende licht aan de top van de berg,
maar ook de schittering van het vonkje in het dal.

Toon Hermans, Nieuw Gebedenboek

.

18de zondag door het jaar, 2 augustus 2020

200802 18de zondag ADeel wat je hebt.
“Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op.” Matteüs 14, 20

Inleidende woorden
Bij Jezus is overvloed omdat Hij deelt van Gods liefde. Kunnen wij die overvloed ervaren en durven we er zelf van delen?

Woorden om Gods ontferming
Wij beseffen dat wij anderen tekort doen als wij krampachtig alles voor onszelf houden. Delen wij voldoende van ons bezit, onze tijd en onze aandacht met anderen? Vragen wij om ontferming.

De lezingen van de zondag
Jesaja 55, 1-3
Romeinen 8, 35.37-39
Matteüs 14, 13-21

Woorden ter overweging
Jezus vraagt steeds en zo ook vandaag van zijn leerlingen om een houding van gevende liefde te praktiseren. Als ze bezorgd tegen Jezus zeggen dat Hij de mensen maar beter naar de dorpen kan sturen om eten te kopen, spreekt Hij de prachtige woorden: “Geven jullie hun maar te eten”. Daarmee spreekt Hij ze aan op talenten waar ze zelf geen rekening mee houden. We kunnen meer dan we denken. Er zitten meer talenten in ons dan we voor mogelijk houden. “Geven jullie hun maar te eten”, het wordt tot ieder van ons gezegd. Misschien lijkt het maar weinig wat je hebt, wat je kunt, maar het is vaak meer dan je zelf denkt. Voor ieder van ons persoonlijk, voor ons samen als kerk: durven wij vertrouwen op de talenten en mogelijkheden die we in ons hebben. God zal ze voltooien.
Als Jezus vervolgens de broden en de vissen neemt, slaat Hij zijn ogen op naar de hemel. Daar zit het geheim, in de verbondenheid met God, in weten van de goede, liefhebbende Vader, die het ons al heeft gegeven. Wij durven het alleen niet. Iemand moet het ons zeggen: doen jullie het maar! Zit daar uiteindelijk ook niet de oplossing van de honger in onze wereld: dat wij mensen vertrouwen op onze mogelijkheden. We hebben nog een lange weg te gaan. Tegenstellingen, macht en hebzucht verhinderen dat de gaven van mensen daar komen waar ze moeten komen. De maaltijd aan het meer wordt daarmee geen onzinverhaal, maar juist een aansporing en een hoop dat we het ooit beleven mogen. “Geven jullie hun maar te eten”.
Uiteindelijk gaat het deze zondag om de overvloed van Gods liefde die wij ontvangen, die we als een kracht in ons hebben. Paulus vertelt ons in zijn brief dat we daarom ten diepste nergens bang voor hoeven te zijn. Dat wil niet zeggen dat ons niets kan overkomen! Helaas wel. Kijk maar naar Jezus zelf. Maar de verbondenheid van God blijft. Niets kan ons scheiden van de liefde van God.

Tot slot
De menigte in het evangelie vertrok na de maaltijd verzadigd naar huis. Gaan ook wij voort op de weg van ons leven vanuit het goede gevoel dat wij zijn geraakt door het Woord van Jezus Christus? Hij leert ons in een wereld vol hebben en houden om te breken en te delen.

Een woord extra...
Heer onze God, wij bidden U voor allen voor wie brood geen dagelijks voedsel is; voor wie honger lijden; voor wie leven in overvloed en brood weggooien.
Dat de wereld zo mag worden dat het brood eerlijk is verdeeld en wij allen uitzien naar het Brood des Levens.

Renilde van Wieringen en Walther Burgering: Bajes Brevier

 

Uw tekst...

17de zondag door het jaar A, 26 juli 2020

200719 16de 17de zondag AVerlangen naar God
Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker.
Matteüs 13, 44

Inleidende woorden
Drie zondagen lang luisteren we in de kerk naar parabels uit het evangelie. Het zijn kleine verhaaltjes, die Jezus aan zijn toehoorders vertelt en die zijn ontleend aan het dagelijks leven. De afgelopen twee weken waren dat verhalen uit het boerenbestaan over zaaien, groeien, oogsten en onkruid. Vandaag horen we twee kleine parabels over het vinden van iets kostbaars. Twee sprookjesachtige vertellingen om ons aan het denken te zetten over de vraag: waar verlang ik ten diepste naar?

Om ontferming
Kijken we in ons hart om er te zien, waar we eigenzinnige wegen gingen; waar we niet leefden naar de ander en naar de wereld om ons heen met een opmerkzaam hart en een opmerkzame geest.
Heer ontferm U over ons.

De lezingen van de zondag
1 Koningen 3, 5.7-12
Romeinen 8, 28-30
Matteüs 13, 44-52

Woorden ter overweging
We spreken vaak zo gemakkelijk over het Rijk van God dat een rijk van vrede en liefde is. En dat is het ook, want God is liefde en als Hij een koninkrijk heeft dan moet dat een rijk zijn waar enkel maar liefde, vriendschap en vrede is. Maar waar Jezus in het evangelie van vandaag naar vraagt, gaat dieper. Hij vraagt de menigte te kiezen voor het Rijk Gods. Dat betekent niet dat ze kunnen overgaan tot de orde van de dag en ‘het vervolgens wel een keertje zullen zien’.
Nee, kiezen voor het Koninkrijk van God betekent keuzes maken, die vaak, met name voor buitenstaanders, onbegrijpelijk zijn. Kleur bekennen, niet met alle winden meewaaien en vooral: luisteren naar Gods stem. God is immers Degene die ons met zijn Geest wil leiden. God is degene die ons tot leven geroepen heeft en wel tot zinvol leven.
Misschien dat wij in ons dagelijkse gebed kunnen vragen om de gaven van wijsheid, inzicht en liefde, zodat wij steeds beter in staat zijn om Gods droom waar te maken in dienstbaarheid aan God en de naasten. Als wij ons met hart en ziel hieraan kunnen wijden, kunnen wij met een gerust hart God het antwoord geven dat wij Hem hebben begrepen.

Tot slot
God, wij bidden U, leg de Geest van Jezus in ons hart om daadwerkelijk te leven naar en te werken aan uw Rijk op aarde.

Om ook over na te denken
Paus Franciscus in gesprek met Thomas Leoncini:
Regeren betekent ieder van ons dienen, ieder uit de groep broeders en zusters die het volk vormen, zonder ook maar iemand te vergeten. Wie regeert moet zijn blik alleen maar naar boven richten om met God te spreken, niet om voor God te spelen. Naar beneden mag hij alleen maar kijken om iemand die is gevallen, overeind te helpen.
De blik van de mens moet altijd in deze twee richtingen gaan. Kijk omhoog naar God en omlaag naar degene die is gevallen, als je echt belangrijk wilt worden gevonden: de antwoorden op de aller moeilijkste vragen kun je altijd vinden als je je blik beide richtingen uit laat gaan.

16de zondag door het jaar A, 19 juli 2020

200719 16de 17de zondag ASamen opgroeien
Laat tarwe en onkruid samen opgroeien tot de oogst en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: “Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden, maar slaat de tarwe op in mijn schuur”. Matteüs 13, 30

Inleidend woord
Als we in de kerk komen, speelt de afgelopen week nog vaak na in ons hoofd en ons hart. Beelden van het journaal of gebeurtenissen in ons persoonlijk leven staan ons nog goed bij. We vragen of God zijn licht over dit alles laat schijnen. Dat Hij het goede en het waardevolle wil zegenen en de moeite, de pijn en het verdriet wil verlichten en verzachten. We horen in het evangelie dat goed en kwaad naast elkaar bestaan . Jezus spreekt over de akker waar de tarwe en het onkruid samen groeien.

Om ontferming
Goede God, U doorgrondt onze harten en U kent ons door en door. U weet dat het ons niet altijd lukt om het goede te doen. En toch behandelt U ons met zachtheid. U nodigt ons uit waarin wij tekort geschoten zijn aan U voor te leggen. Heer, ontferm U over ons.

De lezingen van de zondag
Wijsheid 12, 13.16-19
Romeinen 8, 26-27
Matteüs 13, 24-43

Woorden ter overweging
De knechten van de landbouwer in het evangelieverhaal willen niets liever dan aan de slag gaan en het onkruid tussen de tarwe verwijderen. Maar de boer wijst hen op het grote gevaar dat ze dan met het onkruid ook de goede aren vernielen. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Bovendien is het de vraag of wij, mensen, in staat zijn het goede onmiddellijk van het kwade te onderscheiden.
Elke verstandige opvoeder en leraar weet dat je een kind een zekere mate van vrijheid moet gunnen om zich te ontwikkelen. Wat eerst overkomt als ongehoorzaamheid en eigenzinnigheid kan later blijken een teken te zijn van een bijzondere aanleg. En sommige kinderen die eerst traag en ongemotiveerd lijken te zijn, blinken later uit alsof ze eindelijk ontwaakt zijn.
Laten we als mensen die verlangen naar Gods koninkrijk, het Rijk van gerechtigheid en vrede, niet ongeduldig worden. Laten we niet verlangen naar een volmaakte wereld voordat God zelf daar de tijd rijp voor acht. Hij wil dat niets en niemand verloren gaan van het goede dat Hij gezaaid heeft.

Tot slot
De Heer is machtig en beslist over het leven. Maar Hij bestuurt ons met zachtheid. De Heer wil dat wij tot vriend van de mensen worden. Dat wij werken met zijn zachtheid.

naar broeder Hans-Peter Bartels ofm

13de zondag door het jaar A, 28 juni 2020

Eer geven aan God. Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Matteüs 10, 38

200628 12de 13de  zondag A200628 12de 13de zondag AInleidende woorden
Er zijn veel manieren waarop wij eer kunnen geven aan God. Door te proberen een leven te leiden naar het voorbeeld van hoe Jezus het ons heeft voorgedaan:

  • door trouw te zijn aan God;
  • door te bidden en regelmatig samen met andere mensen ons geloof te vieren;
  • door trouw te zijn aan de mensen die ons gegeven zijn;
  • door positieve aandacht te schenken aan mensen;
  • door van harte gastvrij te zijn;
  • door in elkaar iets van God te herkennen.

Zo geven we steeds ook eer aan God.

Om Gods ontferming....
Het lukt ons niet, om telkens weer, de deur van ons hart te openen voor elkaar en voor God. Daarom vragen wij aan God en aan elkaar om onze tekorten en ons falen bij ons weg te nemen.

De lezingen van de zondag
2 Koningen 4, 8-11.14-16a
Romeinen 6, 3-4.8-11
Matteüs 10, 37-42

Woorden ter overweging
In het evangelie noemt Jezus als essentiële eigenschap voor een ware volgeling van God de bereidheid om God boven alles en iedereen te stellen. Natuurlijk is het goed om te houden van de mensen, die je het meest nabij zijn en die je terecht heel dierbaar zijn. Maar, zo zegt Jezus, wil je werkelijk mijn leerling zijn, dan is het nodig dat je van Mij nog meer houdt, dan van hen.
In één adem daarmee noemt Jezus dan het opnemen van je kruis. Waarmee Hij wil aangeven dat, als je werkelijk van de Heer wilt houden en Hem wilt volgen, dat dit niet vanzelf zal gaan. Het heeft met loslaten te maken. Naarmate wij de Heer en zijn evangelie meer omarmen, laten we onszelf steeds meer los. En worden we meer bereid ook bepaalde dingen te doen die we moeilijk vinden. Maar gaandeweg wij onszelf daarmee verliezen, naderen wij tot God en geven zo ook eer aan God.

Tot slot
Gods Woord, onuitgesproken, is altijd een Woord dat gedaan wil worden.
God zegent ons om ons hart te openen en om gastvrij te zijn.

12de zondag door het jaar, 21 juni 2020

200628 12de 13de zondag AWees niet bang.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Matteüs 10, 32.

Inleidende woorden
Veel mensen zijn bang, veel mensen voelen zich niet veilig. Er gebeuren zoveel gekke dingen tegenwoordig en “wie kun je nog vertrouwen…?”
“Wees niet bang!”, zegt het evangelie. Dat spreekt ons aan, als dat zou kunnen! Maar is het niet te gemakkelijk gezegd? Zijn het geen loze woorden, zonder basis, zonder betekenis? “Wees niet bang”- het zijn woorden die ons wijzen naar de uiteindelijke zekerheid, die wij mogen koesteren als de grond van ons bestaan. Want voor

voor onze Vader in de hemel is ieder    ….van ons van onschatbare waarde. Hij ziet ons en kent ons, beter dan wij onszelf kennen.

Om ontferming
Tot God bidden wij, om een open hart, om open oren, om liefdevolle ontferming… Heer, ontferm U over mij…

De lezingen van de zondag
Jeremia 20, 10-13
Romeinen 5, 12-15
Matteüs 10, 26-33

Ter overweging
Wanneer Jezus in het evangelie van vandaag zegt “weest niet bang” bedoelt Hij het als een geruststelling bij zijn beschrijving van de taak van de apostelen. Aan de ene kant waarschuwt Hij zijn leerlingen voor alle mogelijke vormen van tegenwerking en vervolging, zelfs tot de marteldood toe, dus wat dat betreft verzwijgt Jezus niets. Maar anderzijds zegt Hij toch: Weest niet bang. Hoe bedoelt Hij dat? Hij geeft zelf het antwoord, indirect. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel. Hiermee richt Jezus onze aandacht op de betekenis van de ziel.
Als we de ziel van de mens ontkennen, ontkennen we de eigenheid en uniciteit van iedere mens, precies ook de zetel van je vrije wil, je geweten, je vermogen om lief te hebben. En het is de ziel, die door haar verlangens ook verwijst naar haar oorsprong: en dat is de God die leven geeft.
De menselijke waardigheid is niet gefundeerd op kenmerken als lichamelijke verschijning, gezondheid, huidskleur en geslacht, want juist op dit vlak is er veel onderscheid en helaas ook discriminatie. De rechten van de mens, de menselijke waardigheid; dat alles wat zo van belang is, kan dus niet gebaseerd zijn op uiterlijkheid, maar juist op de innerlijke waardigheid, die haar basis vindt in de ziel.
We kunnen de ziel niet meten en niet proefondervindelijk onderzoeken, maar anderzijds is haar aanwezigheid onomstotelijk: wanneer iemand net overleden is, is zijn of haar lichaam nog hetzelfde, maar het is precies de afwezigheid van de ziel, die alles anders maakt. Maar waar is de ziel dan, als zij het lichaam verlaten heeft?
Jezus antwoordt: “Weest niet bevreesd: Jullie zijn meer waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij belijdt bij de mensen, zal Ik belijden die bij mijn Vader die in de hemel is.” Onze ziel is van nature op God gericht. Het doel van ons leven is onze ziel voor te bereiden op de ontmoeting met God, door het goede te doen, het ware te zoeken, en het schone lief te hebben.
Op de weg naar het doel van ons leven begeleidt Jezus ons met zijn voorbeeld, zijn inspiratie en hulp. Als we Hem centraal stellen in ons leven, kan vanzelf veel angst wegvallen. Als we beseffen, dat heel veel van die zaken waar we ons normaal zorgen om maken, uiteindelijk, in het licht van de eeuwigheid, betrekkelijk zijn, kan dat heel wat zorgen en angst wegnemen. Zelfs als het gaat om de zorg om de mensen van wie we houden, is het goed te beseffen dat zij en wij uiteindelijk in Gods hand zijn. Jezus zegt vandaag tegen ons, tegen u, tegen jou: ook u, ook jij kunt vrede vinden, als je Jezus laat wonen in het centrum van je ziel. Je zou niet de eerste zijn… velen gingen jou voor. Velen vonden in Hem dat vervullende geluk. Die bron die nimmer opdroogt…

Sacramentsdag A, 14 juni 2020

200614 Sacramentsdag ADe verborgen God lichamelijk in ons midden.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Johannes 6, 56

Inleidende woorden
De eucharistie11 is het centrale sacrament binnen de rooms-katholieke traditie. Er is veel nagedacht over hoe je toch op een goede en begrijpelijke wijze kunt verwoorden dat brood en wijn Lichaam en Bloed worden van onze Heer Jezus, de Christus. Voorbij aan alle theologische discussies -hoe belangrijk ook- is er de overgave aan dit mysterie, is er de aanbidding van deze wijze van aanwezigheid van de Heer te midden van zijn.

Ons leven in de afgelopen tijd...
Voor werkelijk leven is meer nodig dan ons eigen eten en drinken. We vergeten dat er in onze wereld zo velen zijn die daar groot gebrek aan hebben. Te vaak vergeten we in al onze welvaart dat het ten diepste God is Die ons leven geeft in overvloed. Bekeren wij ons tot Hem. Heer ontferm U. Christus ontferm U. Heer ontferm U.

De lezingen van de zondag
Deuteronomium, 8, 2-3.14b-16a
1 Korintiërs 10, 16-17
Johannes 6, 51-58

Woorden ter overweging
De aanbidding van de verborgen God wordt in de eucharistie plotseling heel concreet. Het geconsacreerde brood is geen voorwerp meer, maar het lichaam van Christus, God zelf lichamelijk in ons midden. En naar deze verborgen en toch tegelijkertijd werkelijk aanwezige God richten we onze aanbidding. We knielen neer of staan tegenwoordig steeds vaker recht tijdens de eucharistieviering wanneer de priester de consecratiewoorden uitspreekt. En het geluid van de altaarbel als de priester de Brood en Wijn omhoog heft roept ons nadrukkelijk op onszelf met heel ons hart in aanbidding te onderwerpen.
Aanbidding is een speciaal soort van gebed. Het is geen gebed waarin we woorden gebruiken. Het is ook geen meditatie waar we innerlijk iets overwegen of met God praten. Het is ook niet gewoon een gebed van dankbaarheid over het geschenk van het leven en voor alle goede dingen die God ons geeft. Het is nog fundamenteler. Aanbidding is de herkenning van onze totale afhankelijkheid van God. In aanbidding mogen we ons ervan bewust worden dat we niets zijn zonder God. In de aanbidding beleven we dit daadwerkelijk. God draagt ons ieder ogenblik van ons bestaan. Hij heeft ons niet één keer, ooit, geschapen en gezegd: “Nu moet je het verder zelf doen”. Nee, Hij draagt ons ieder ogenblik van ons leven in de palm van zijn hand.
Hoe vaak zijn we ons daarvan bewust? Het zou goed zijn het ons verschillende keren per dag bewust te maken. In aanbidding voor Hem neerknielen, zonder woorden, alleen beseffende: “U bent God en ik niet, en dat is goed zo”. Alles valt weer op zijn plaats. Het vieren van de eucharistie en de aanbidding van de eucharistische Heer in de monstrans zijn uitgelezen momenten om de Heer te aanbidden.

Een tekst tot slot
‘Brood’, het klinkt bekend. We eten het dagelijks. We zouden er niet buiten kunnen.
Maar toch, de mens leeft niet van brood alleen. Er is meer nodig om ons leven tot menselijk leven te maken.
Met het woord ‘brood’ duiden we al het broodnodige aan, zoals eten en drinken, kleding en onderdak. In ‘brood’ benoemen we onze dagelijkse zorg om alles wat we zo nodig hebben.
In het woord ‘brood’ vatten we heel ons leven samen. Het is zelfs teken van de nieuwe wereld zoals God die bedoeld heeft.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Het klinkt als een vanzelfsprekendheid, maar tegelijk klaagt het ons aan. Er zijn vele monden die niet gevuld worden. Er is een ongelijke verdeling van zoveel dat een mens nodig heeft om te leven. Hoe komt er ooit een rechtvaardiger verdeling?
Biddend om ons dagelijks brood zouden we minstens dat ‘ons’ eens goed moeten overwegen.